| |
Handinpaklijn - praktische oplossing fysieke klachten
|
| |
Inleiding
|
| |
Aan de hand-inpaklijnen van een fabriek doen zich regelmatig fysieke klachten voor. Het gaat daarbij vooral om rug-, schouder- en armklachten. De fabrikant is benieuwd of het mogelijk is om met enkele praktische ergonomische verbeteringen het aantal klachten te verminderen. ErgoS wordt gevraagd een beknopt pilot-onderzoek uit te voeren.
|
| |
Aanpak
|
| |
Een ergonomisch onderzoek begint doorgaans met een analyse van de bestaande situatie. Door middel van observaties ter plaatse en interviews met de medewerkers wordt een beeld geschetst van de werkzaamheden. Per functieplaats wordt onderzocht wélke taken men uitvoert, waar, in hoeveel tijd en met welke frequentie. Tenslotte wordt per taak bekeken wat de positieve en negatieve aandachtspunten zijn. Deze aandachtspunten kunnen betrekking hebben op de fysieke belasting, maar ook op de organisatie van het werk, het functioneren van aanvoerende en afvoerende processen, werkdruk of technische aspecten. De taakanalyse geeft een samenhangend beeld van de arbeidsomstandigheden en arbeidsinhoud van het werkproces, zodat een objectieve analyse van de werksituatie gemaakt kan worden.
|
| |
Resultaat
|
| |
Uit de taakanalyse blijkt dat de zes functieplaatsen in deze afdeling qua drukte, taakinhoud en fysieke belasting sterk variëren. Er komen in deze afdeling twee soorten fysieke belasting voor: (1) dynamische belasting ten gevolge van lopen, tillen en verplaatsen van lasten, en (2) statische belasting ten gevolge van langdurig zitten of staan in dezelfde werkhouding.
Er wordt gewerkt met roulatieschema's, maar het blijkt dat de statisch belastende functieplaatsen onderling rouleren en de dynamische functieplaatsen onderling. Het roulatieprincipe is juist bedoeld om de duurbelasting te verlagen door de afwisseling in soort belasting te vergroten.
De inpakwerkplekken blijken in deze afdeling de zwaarste functies, zowel fysiek als mentaal. Dit laatste wordt veroorzaakt doordat de producten op een korte transportband worden aangevoerd. Deze band heeft geen buffercapaciteit en kan niet in snelheid geregeld worden. Hierdoor hebben de medewerkers geen invloed op het toch al hoge tempo. De fysieke problemen komen vooral voort uit de repeterende bewegingen, korte cyclustijd en extreme gewrichtsstanden van de handen bij het inpakken van de dozen.
Ook de palletiseerwerkplek wordt gezien als een probleemwerkplek. In de eerste plaats door de loopafstand: elk doosje wordt apart opgehaald. De palletplek is enkele meters verwijderd van de inpak-werkplek. In de tweede plaats is het gewicht van de dozen en de stapelhoogte afgestemd op een gemiddelde Nederlandse werknemer. Dat is in dit geval geen goed uitgangspunt, omdat het aantal vrouwen dat in deze sector werkt relatief hoog is. Daarnaast zijn de werkneemsters vaak van allochtone afkomst. Deze populatie is duidelijk kleiner van postuur.
Een deel van de bovengenoemde problemen is eenvoudig te verbeteren met een andere organisatie van het werk. Met relatief simpele technische ingrepen, zoals een rollenbaan van de inpakwerkplek naar de palletplek, een extra bufferbandje, of de aanschaf van een dozenvouwmachine, is de ergonomische kwaliteit van deze afdeling zonder hoge kosten te verbeteren.
|
| |
|